Kinkhoest, een bacteriŽle luchtweginfectie

Kinkhoest is een besmettelijke infectie van de luchtwegen. Deze infectie wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis en uit zich vooral in een kenmerkende hoest. In de volksmond wordt de ziekte ook wel Ďhonderd-dagen-hoestí genoemd.

Kinkhoest wordt overgebracht door hoesten. Bij hoestende patiŽnten duurt de besmettelijkheid tot 3 weken na het ontstaan van de klachten. Ook iemand zonder klachten kan anderen besmetten.

Sinds 1957 zit de kinkhoestvaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma als onderdeel van het dktp-vaccin.

Klik hier voor publieksinformatie over RVP-ziekten en dan met name kinkhoest

De incubatie tijd ( tijd tussen besmetting en het krijgen van de klachten) is7 tot 10 dagen, nooit langer dan 21 dagen.

Kinkhoest is zeer besmettelijk. Bij  een kinkhoestpatiŽnt binnen het gezin raakt 90% van de onbeschermde contacten geÔnfecteerd.

 

Verkoudheid is het eerste symptoom

Kinkhoest lijkt vaak eerst op een verkoudheid met soms koorts. Na 1-2 weken ontstaan de typische kinkhoestklachten: aanvallen van heftig en langdurig hoesten met een harde droge hoest, waarbij taai slijm wordt opgegeven, en een piepende, gierende ademhaling. Benauwdheid en blauw aanlopen kunnen het gevolg zijn. Soms braakt de patiŽnt. De hoestaanvallen kunnen weken aanhouden. Daarna gaan ze over in een losse hoest die nog maanden kan voortduren. Door de vele hoestbuien raakt de patiŽnt uitgeput.

Longontsteking vaak complicatie

Kinkhoest heeft diverse complicaties, waaronder middenoorontsteking, bloedingen onder het bindvlies van het oog en neusbloedingen. Bij meer dan 20% van de gevallen van kinkhoest treedt longontsteking op, bij 3% koortsstuipen en bij 1% hersenweefselontsteking. Ook kan kinkhoest leiden tot een klaplong en blijvende beschadiging van het longweefsel. Vooral bij jonge kinderen verloopt de ziekte vaak ernstig en voor babyís kan de ziekte dodelijk zijn. Kinkhoest kan behandeld worden met antibiotica, maar dit is alleen zinvol als gestart wordt in een vroeg stadium.

 De kuur verkort alleen de besmettelijkheid, maar heeft geen invloed op de ernst en duur van de ziekte.

 

Aantal kinderen met kinkhoest toegenomen

Sinds de meeste kinderen worden gevaccineerd voor kinkhoest, is het aantal kinkhoestgevallen sterk gedaald. In de periode 1996-2004 is het aantal kinkhoestgevallen echter weer flink hoger, namelijk 3.000-9.500 per jaar. Elke twee tot drie jaar treedt een epidemische verheffing op. Kinderen van 5-9 jaar lopen het meeste risico. Ongeveer 250 tot 400 kinderen met kinkhoest belanden per jaar in het ziekenhuis. De grootste groep bestaat uit babyís tot 3 maanden. De toename van het aantal kinderen met kinkhoest kan deels worden verklaard doordat de bacterie veranderd is, en dat het oude vaccin niet afdoende werkte.

Tot 2005 werd op de leeftijd van twee, drie, vier en elf maanden een DKTP-injectie gegeven met een cellulaire K-component en op de leeftijd van vier jaar een vaccinatie met acellulair kinkhoestvaccin. Vanaf begin 2005 wordt ook in het eerste levensjaar een acellulair kinkhoestvaccin gebruikt.

Het acellulaire vaccin is effectiever.

 

 Immuniteit

Het doormaken van kinkhoest geeft geen levenslange immuniteit. 
Vier tot twintig jaar na doorgemaakte kinkhoestinfectie neemt de immuniteit af. Ook vaccinatie beschermt niet levenslang maar circa vier tot twaalf jaar. Zowel doorgemaakte infectie als vaccinatie beschermen langer tegen klinische verschijnselen van kinkhoest dan tegen infectie.

Na hernieuwd contact met de bacterie  treedt een boostereffect op (de afweer wordt opnieuw aktief gemaakt) en is men weer tijdelijk immuun.